1. Is er een duidelijke opdracht?
Beschrijf concreet welk resultaat of welke werkzaamheden worden geleverd. Vermijd een algemene functieomschrijving die lijkt op een reguliere werknemerstaak. Leg vast wat de opdracht inhoudt, waar deze begint en wanneer deze eindigt.
2. Is er voldoende zelfstandigheid in de uitvoering?
De zzp’er bepaalt zoveel mogelijk zelf hoe de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever mag het resultaat bewaken, maar stuurt bij voorkeur niet op dezelfde manier aan als bij eigen personeel.
3. Is er geen sprake van een gezagsverhouding zoals bij werknemers?
Controleer of de opdrachtgever geen dagelijkse leiding geeft zoals bij werknemers. Denk aan verplichte werkinstructies, vaste hiërarchische aansturing, beoordelingsgesprekken, verplichte aanwezigheid zonder opdrachtlogica of opname in een regulier teamrooster.
4. Is de zzp’er niet te veel ingebed in de organisatie?
Let op of de zzp’er dezelfde werkzaamheden doet als werknemers, dezelfde aansturing krijgt, dezelfde werktijden heeft en structureel onderdeel wordt van het normale bedrijfsproces. Hoe meer de zzp’er lijkt mee te draaien als gewone medewerker, hoe groter het DBA-risico.
5. Is persoonlijke arbeid niet het uitgangspunt?
Bij echte zelfstandigheid kan vervanging of inzet van derden relevant zijn. Leg vast of vervanging mogelijk is, onder welke voorwaarden en hoe de opdrachtgever daarmee omgaat.
6. Draagt de zzp’er ondernemersrisico?
Controleer of de zzp’er zelf ondernemersrisico draagt. Denk aan aansprakelijkheid voor fouten, eigen verzekeringen, geen betaling bij geen opdracht, eigen acquisitie, meerdere opdrachtgevers en investeren in eigen bedrijfsmiddelen.
7. Werkt de zzp’er voor eigen rekening en risico?
Een zelfstandige factureert zelf, bepaalt eigen tariefafspraken, draagt verantwoordelijkheid voor administratie en is niet afhankelijk van één opdrachtgever alsof het een werkgever is.
8. Heeft de zzp’er meerdere opdrachtgevers of zicht op meerdere opdrachtgevers?
Meerdere opdrachtgevers ondersteunen het beeld van ondernemerschap. Eén langdurige exclusieve opdrachtgever hoeft niet altijd doorslaggevend te zijn, maar kan wel een risicosignaal zijn.
9. Past het tarief bij zelfstandige inzet?
Een zelfstandig tarief moet ruimte bieden voor belastingen, verzekeringen, pensioen, administratie, ziekte, vakantie, risico en ondernemerschap. Een tarief dat te veel lijkt op een normaal uurloon kan een aandachtspunt zijn.
10. Gebruikt de zzp’er eigen middelen, kennis of werkwijze?
Eigen gereedschap, software, materialen, vervoer, werkwijze of specialistische expertise kunnen bijdragen aan het beeld van zelfstandigheid. Dit is niet altijd verplicht, maar wel relevant bij de beoordeling.
11. Is de opdracht tijdelijk of resultaatgericht?
Een opdracht met duidelijke looptijd, fase, project of resultaat past beter bij zelfstandige inzet dan een structurele functie zonder eindpunt.
12. Zijn werktijden en locatie logisch gekoppeld aan de opdracht?
Soms zijn vaste tijden of locatie noodzakelijk, bijvoorbeeld vanwege veiligheid, toegang of samenwerking. Leg dan vast waarom dit nodig is voor de opdracht en voorkom dat het lijkt op gewone roosterinzet.
13. Is er onderscheid tussen toezicht op resultaat en werkgeversgezag?
Een opdrachtgever mag controleren of het afgesproken resultaat wordt gehaald. Dat is iets anders dan dagelijkse instructies geven zoals aan werknemers. Leg dit onderscheid duidelijk vast.
14. Is er een passende overeenkomst?
Gebruik een overeenkomst die aansluit bij de feitelijke opdracht. Een standaardtekst is niet genoeg. De overeenkomst moet passen bij wat partijen daadwerkelijk doen.
15. Komt de praktijk overeen met het contract?
Controleer tijdens de opdracht of partijen nog werken zoals afgesproken. Als de praktijk verandert, moet de opdracht opnieuw worden beoordeeld.
16. Is de administratie compleet?
Bewaar KvK-gegevens, btw-nummer, opdrachtomschrijving, overeenkomst, facturen, bewijs van ondernemersverzekeringen waar relevant, communicatie over de opdracht en eventuele wijzigingsafspraken.
17. Zijn facturen zakelijk en opdrachtgericht?
Facturen moeten aansluiten op de opdracht en afspraken. Denk aan duidelijke omschrijving, periode, tarief, btw en verwijzing naar de opdracht of overeenkomst.
18. Is vooraf beoordeeld of loondienst passender is?
Wanneer de opdracht vooral bestaat uit vaste inzet, dagelijkse aansturing, structurele werkzaamheden en weinig ondernemersruimte, kan uitzenden, payroll of loondienst passender zijn dan zzp-inhuur.
19. Is de opdrachtgever bewust van eigen verantwoordelijkheid?
Opdrachtgever en zzp’er zijn samen verantwoordelijk voor de beoordeling van hun arbeidsrelatie. Leg daarom vast welke afwegingen zijn gemaakt en waarom partijen vinden dat zelfstandige inzet passend is.
20. Is er een herbeoordelingsmoment afgesproken?
Plan bij langere opdrachten een moment om opnieuw te toetsen of de samenwerking nog steeds past bij zelfstandige inzet. Dit is vooral belangrijk wanneer de opdracht wordt verlengd of de werkzaamheden veranderen.